Hoe doe je een aliejá in de sjoel van Klal Israél?

Veel mensen schrikken als wordt voorgesteld hen op te roepen voor de Torá-lezing op zaterdagochtend.
Dit is niet nodig, want het is helemaal zo moeilijk niet.

De voorzanger zingt de Torátekst en het enige dat jij hoeft te doen,
is het voordragen van enkele korte zegenspreuken voor en na de lezing.

Die zegenspreuken ('brachót') zijn gedrukt op een kaart die naast de Torá ligt,
en ze staan daar in Hebreeuwse letters, in Nederlandse letters èn in Nederlandse vertaling.

In het volgende filmpje wordt de wijze waarop je een aliejá doet goed uitgelegd.


Tijdens de diensten van Klal Israél te Delft is het voor Joden en Jodinnen gebruik, maar niet verplicht, een tallíet (gebedskleed) te dragen.
Voor de aliejá worden Joodse mannen en Joodse vrouwen opgeroepen.
Voor de mannen is het verplicht dan een tallíet te dragen.
Voor de vrouwen is het niet verplicht, omdat sommige vrouwen van orthodoxe huize kwamen en daar gewend zijn dat vrouwen geen tallíet behoren te dragen.

Indien de opgeroepen Jood/Jodin geen tallíet heeft, kan hij/zij er een lenen.


Hieronder is de kaart waarop de brachót staan. Vanaf deze kaart lees je.



Hier nogmaals de brachá vooraf:



Hier nogmaals de brachá achteraf: